Reglement Clubcompetitie
Artikel I
- Het speelseizoen begint in september. De wintercompetitie eindigt in mei/begin juni.
- Het speelseizoen is ingedeeld in 3 zo gelijk mogelijke perioden.
- Er wordt niet gespeeld:
a. indien op een speelavond een algemene vergadering is belegd;
b. op 5, 24, 25, 26, 31 december, 1 januari, Goede Vrijdag, 2e Paasdag, 2e Pinksterdag, Hemelvaartsdag en Koninginnedag. - Het bestuur zal er naar streven om ieder jaar een aantal evenementen te doen plaatsvinden, waarbij het aantal ronden voor de competitie echter niet minder dan 30 zal worden.
Artikel II
- a. Het aanwezig zijn op de speelavond moet door de leden zelf worden aangekruist op de ladderopstelling die vanaf 19.45 uur op de bestuurstafel ligt.
b. Wie later komt dan 20.00 uur wordt die avond niet meer ingedeeld tenzij hij/zij de wedstrijdleider tijdig bericht heeft gegeven wat later te komen. - De witspeler is verplicht de uitslag van de partij op het indelingsformulier te vermelden.
- Er wordt gespeeld volgens de meest actuele uitgave van de “regels voor het schaakspel”, vastgesteld door de wereldschaakbond FIDE.
- De speeltijd is 36 zetten in 90 minuten en daarna 15 minuten per persoon uitvluggeren. Jongeren, die de leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt en voorzover zij lager genoteerd staan dan de 15e plaats op de ladder, mogen echter verlangen dat de speeltijd wordt bekort tot 60 minuten per persoon voor de gehele partij.
Artikel III
- Er wordt gespeeld volgens een zogeheten “laddersysteem”.
- a. De speler met het hoogste aantal behaalde punten krijgt rangnummer 100, de daaropvolgende krijgt rangnummer 99, enz.
b. Bij de aanvang van de competitie komt de volgorde van de spelers overeen met de volgorde van de meest recente ratinglijst van de KNSB. - a. Men speelt steeds tegen de dichtst boven of onder zich staande aanwezige speler, met dien verstande dat men zoveel mogelijk gedurende een periode slechts eenmaal tegen dezelfde tegenstander mag uitkomen.
b. Er kan ook worden gespeeld tegen een eventuele gepermitteerde (gastspeler), maar alleen als de speler daarmee vooraf instemt - Indien er een oneven aantal spelers aanwezig is, zal middels loting worden uitgemaakt wie er niet kan worden ingedeeld; per seizoen kan men hoogstens eenmaal worden uitgeloot.
- a. Ten behoeve van een evenwichtige kleurverdeling wordt van iedere speler het kleursaldo bijgehouden, waarbij wit voor 1 telt en zwart voor -1.
b. Bij de kleurtoekenning van een partij wordt ernaar gestreefd om zoveel mogelijk op een kleursaldo van nul uit te komen.
c. Bij een gelijk kleursaldo speelt de hoogst geklasseerde speler met zwart.
d. Bij een tweede ontmoeting tussen dezelfde spelers wordt met verwisselde kleuren gespeeld.
e. Bij een derde ontmoeting tussen dezelfde spelers is de kleurverdeling - net als bij de eerste partij - weer afhankelijk van het kleursaldo van beide spelers.
Artikel IV
- Aan het begin van de competitie krijgt men het aantal punten dat verkregen wordt door het rangnummer met 5 te vermenigvuldigen. Deze startpunten worden in de eerste 10 ronden in gelijke delen teruggenomen, terwijl de wekelijkse resultaten worden bijgeteld.
- a. Partijen, die in de Bondscompetitie van de NHSB worden gespeeld, gelden eveneens voor de onderlinge competitie.
b. Speelt men in een week meerdere partijen, die voor de onderlinge competitie kunnen gelden, dan telt het vrijdagresultaat. In dit verband wordt geacht dat de zaterdag het eind van de week is. - Voor een partij in de onderlinge competitie krijgt men
a. bij winst: de volle waarde van het op dat moment geldende rangnummer van de tegenstander waarvan gewonnen werd;
b. bij remise: de halve waarde van het op dat moment geldende rangnummer van de tegenstander waartegen remise werd gespeeld;
c. bij verlies: niets;
d. met dien verstande dat als tegen een gepermitteerde (gastspeler) of nieuw lid met een lager rangnummer wordt gespeeld, het eigen rangnummer geldt. - Voor een partij in de Bondscompetitie van de NHSB krijgt men 60 punten.
- Wanneer men verzuimt om een voor de competitie geldige partij te spelen, dan krijgt men 30 punten. Deze regel wordt maximaal 3 keer per speelseizoen toegepast.
- Degene die uitgeloot is krijgt 60 punten.
- Degene die op een competitieavond niet kan spelen omdat hij in overleg met het bestuur de club elders vertegenwoordigt en tevens diezelfde week niet is uitgekomen in de Bondscompetitie van de NHSB krijgt 60 punten.
Artikel V
- Aan het einde van het seizoen wordt een prijs uitgereikt aan de speler met het hoogst aantal behaalde punten (de clubkampioen), alsmede aan de spelers die op de tweede en derde plaats eindigen.
- Bij gelijk eindigen beslist eerst het minst aantal gespeelde partijen, daarna de onderlinge resultaten, daarna het totaal aantal gewonnen partijen, daarna het aantal met zwart gewonnen partijen
Artikel VI
- Aan het begin van het speelseizoen wordt aan iedere speler de groepscode A, B, C of J toegekend. Toekenning van deze codes gebeurt door het bestuur op basis van de rating die rondom de datum van de competitiestart door de KNSB wordt bekendgemaakt. Groepscode A geldt daarbij voor spelers met de hoogste ratings, J geldt voor jeugdspelers.
- Aan het einde van het seizoen worden groepsprijzen uitgereikt aan de eerste speler op de reguliere eindranglijst met code B, code C en code J. Indien al op één van de driereplaatsen van de totale ladderranglijst beslag is gelegd, komt men niet in aanmerking voor een groepsprijs en vervalt deze aan de eerstvolgende speler op de eindranglijst van de betreffende groep.
Artikel VII
- Parallel aan de reguliere puntentelling wordt per periode een ranglijst bijgehouden van behaalde bordpunten. ( winst = 1, remise = 1/2, verlies = 0). Voor de periode-puntentelling tellen zowel partijen in de interne- als externe competitie, gespeeld op de reguliere speelavond. Komt men echter op de reguliere speelavond niet omdat in dezelfde week een bondswedstrijd moet worden gespeeld, dan telt voor de periode het resultaat van die partij.
- Aan de hoogst staande speler op de perioderanglijst aan het eind van de betreffende periode wordt de titel van “Periodekampioen” toegekend.
- Bij een gelijk aantal bordpunten beslist eerst het minst aantal gespeelde partijen in de betreffende periode, daarna het onderlinge resultaat, daarna de hoogste score van die periode met zwart, daarna het meeste aantal winstpartijen van die periode en tenslotte de laagste positie op de ladderranglijst aan het begin van het seizoen.
- De periodekampioenen ontvangen aan het eind van het speelseizoen een prijs; indien zij echter aan het eind van de competitie beslag leggen op een van de drie ereplaatsen of een groepsprijs dan wordt de periodeprijs voor de betreffende periode toegekend aan de volgende speler op de ranglijst van die periode.
- Men komt slechts 1x in aanmerking voor een periodeprijs, het eerste resultaat geldt. Hierdoor en door het gestelde onder 4 in dit artikel kan het voorkomen dat men pas aan het eind van de wintercompetitie weet of en zo ja, over welke periode men een periodeprijs krijgt toegekend.
Artikel VIII
